Serie
Moerlandse Meesterwerken
Gebaseerd op
Een tipje van de sluier uit het boek van ©Flip de Rijke en Han Moerland (2025)
In 1954 begon Moerland aan een van de meest spraakmakende projecten uit zijn geschiedenis: de renovatie van de Grebbe in Bergen op Zoom. Een klus waar geen aannemer zijn handen aan durfde te branden. Maar Johannes Moerland wel. Samen met zijn broers en zonen richtte hij op 18 december 1954 officieel de vennootschap Gebroeders J. & M. Moerland en Zonen op. En wat doe je dan, als kersverse vof? Je duikt een middeleeuws riool in. Letterlijk.
Een stinkend meesterwerk in-wording
De Grebbe was ooit een open watergang die al sinds de dertiende eeuw dwars door Bergen op Zoom liep. Wat begon als een simpel afwateringskanaal groeide uit tot een levensader voor bierbrouwers, lakenwevers en blekers. Maar hoe meer de stad groeide, hoe meer de Grebbe werd opgeslokt. Letterlijk. Gewelven, bruggen en gebouwen werden eroverheen gezet – soms zelfs met de kademuur als fundering. Wat overbleef, was een ondergronds riool van bijna 800 meter lang, waar afvalwater, geschiedenis en bouwtechnieken uit zes eeuwen zich vermengden tot een duister gangenstelsel. Tegen de tijd dat Moerland er in 1954 aan begon, was de Grebbe een monumentale modderbaan vol verborgen verrassingen. De geur? Onvergetelijk. De klus? Typisch Moerland.
Werken tussen de vleermuizen
Moerland moest iets maken van dat overdekte riool waar het afvalwater van de halve stad in verdween. Twintig mannen, onder leiding van Johannes, werkten twee jaar lang in een ondergrondse wereld waar vleermuizen om je hoofd vlogen en modder de norm was.
De aannemer, ook in overall en met laarzen, volgde de arbeid van zijn mensen nauwgezet, aanwijzingen gevend en bevelen uitdelend. ‘Ik ben echt benieuwd, zo zei hij, wat er van terecht gaat komen. Ik heb goede hoop, maar de risico’s zijn zeer groot.’
Moerland begon met het verwijderen van het oude rioolwerk, dat op veel plekken instabiel of zelfs deels ingestort was. Over een lengte van 780 meter werden betonnen caissons geplaatst, die op karretjes door de bestaande gewelven werden gereden. Via een gat bij het Beursplein werd de modder uit het riool geschept met behulp van de net aangeschafte Ruston-Bucyrus 10 RB dragline – aangeschaft in 1953 voor fl. 19.900.
Werk waar je vies én trots van werd
Het was zwaar werk, dat gepaard ging met veel stank en soms ook hilariteit. Zo gebeurde het regelmatig dat een medewerker een volle straal rioolwater – inclusief inhoud – op z’n hoofd kreeg. Lachen voor de collega’s, iets minder grappig voor de ontvanger zelf. Achter de tuin van het Sint Catharientje werd de laatste caisson op z’n plek gemanoeuvreerd. Boven hun hoofd liepen mensen nietsvermoedend te winkelen, terwijl daaronder werd gezwoegd in beton, modder en afvalwater.
Nog even sprak Johannes over de arbeiders. ‘Zij hebben geen aardig karwei,’ zo zei hij, ‘maar het is vanzelfsprekend, dat zij extra verdiensten krijgen. Dit werk is immers niet te vergelijken met welk ander ook.’
Tegenslagen op rij
Alsof het werk zelf nog niet zwaar genoeg was, kreeg Moerland er een flinke portie ellende bovenop. In oktober verzakten enkele huizen als gevolg van de werkzaamheden – met alle gevolgen van dien. Er kwam een rechtszaak met het gemeentebestuur van Bergen op Zoom en halverwege het project moest het volledige werkplan op de schop. Alles moest anders. Alles moest beter. Maar stoppen? Dat was bij Moerland geen optie.

Ondergronds spektakel
Journalisten van De Stem doken letterlijk het riool in en schreven over vleermuizen die tegen camera’s zwiepten, fototoestellen die het begaven, en een verslaggever die – terwijl hij een notitie probeerde te maken – een straal water op z’n blocnote kreeg. En dan was er nog de fotograaf Nol, die wegzakte in de modder en eruit werd getrokken door twee ‘vunze’ mannen. Marinus Moerland wist intussen op de Vismarkt de lachers op zijn hand te krijgen toen hij zijn gezicht waste met een stuk zeep dat was ingesmeerd met teer. Pas bij de spiegel zag hij het resultaat.
De Bergenaren vernamen dit nieuws en haalden hun schouders op. Zij vroegen zich af of Moerland met zijn mensen erin zou slagen het werk te voltooien.
Een huzarenstukje van een half miljoen
De renovatie had alles in zich wat Moerland tot Moerland maakt: lef, doorzettingsvermogen, vakmanschap en een dosis humor die je helpt als je tot je oksels in de str… ‘Zeeuwse klei’ staat. Het werk werd aangenomen voor fl. 329.000 en groeide uit tot een huzarenstukje van een half miljoen gulden.
De mannen van Moerland legden een dikke honderd moeilijk hanteerbare caissons, werkten in betonnen tunnels en zorgden dat de Grebbe weer gezond werd. En hoewel het niet zonder hobbels ging, kwam het werk af. Zoals altijd. Want waar anderen zouden afhaken, schakelde Moerland een tandje bij.
Als men mij de vraag zou stellen of ik met de wetenschap van thans nog eens aan zo’n werk zou beginnen, zou ik me minstens zes maal bedenken.
De geur van succes
Wat overbleef was niet alleen een schoon riool, maar een verhaal dat diep in het DNA van Moerland zit. Over broers die zich letterlijk door de stront werkten. Over een aannemer die met zijn mannen het onmogelijke tóch voor elkaar kreeg. En over een werk dat, ondanks alle stank en ellende, uitgroeide tot een van de hoogtepunten in de geschiedenis van Moerland.
Zouden we het weer doen? Waarschijnlijk wel. Want we zijn nu eenmaal Moerland.
Meer weten over de Grebbe? Lees verder op Wikipedia: Grebbe (Bergen op Zoom)
Dit blog is onderdeel van de reeks Moerlandse Meesterwerken.
Wie runde Moerland destijds?
Johannes Moerland Corneliszn. (*1906)
Marinus Moerland Corneliszn. (*1910)
Cornelis Moerland Johanneszn. (*1923)
Willem Moerland Johanneszn. (*1927)
en Jan Moerland Johanneszn. (*1932).
Bron: interne notities ©Flip de Rijke en Han Moerland / archief Moerland 1953-1955.